baard-frl.nl

De tiid oant 1500

Het begin Hoe het Friese landschap door de eeuwen heen voor Christus is onstaan, staat vermeld in veel geschiedenis boeken. Daarom alleen in grote lijnen een beschrijving om het ontstaan van Baard te kunnen plaatsen.

De invloed van ijstijden, de stijging en daling van de zeespiegel had rond het jaar 0 een gebied tot stand gebracht dat bestond uit moerasgebieden, zandduinen en een waddengebied met brede geulen en harde richels. In langere periode van daling van de zeespiegel, kreeg de begroeiing meer ruimte. Dat gaf ook meer gelegenheid voor een grote verscheidenheid van dieren en mogelijkheid voor bewoning. De harde richels, kwelderwallen gaven zo’n periode een relatieve veiligheid voor bewoning. Friesland kent drie perioden waarin de eerste dorpen in het westelijk gebied zin ontstaan. Omstreeks 500 v.Chr. gedurende een periode van een paar eeuwen, kwam het water steeds hoger en ontstond de noodzaak om de woonstee te verhogen en ontstond de eerste terpen generatie.

Een paar eeuwen voor Chr. tot ca. 200 n.Chr. weer een periode van een dalende zeespiegel, uiteraard gevolgd door weer een stijgende periode en daarmee ontstond de 2e terpen generatie. Rond 700 is er sprake van een 3e terpengeneratie. De laatste lettergreep van de naam van het dorp geeft vaak een aanwijzing voor in welke terpengeneratie het dorp is ontstaan. Uitgangen zoals ‘um’ duiden op een ontstaan tijdens de eerste terpengeneatie. Een uitgang met ‘erd’ duidt op een beging tijdens de tijd van de tweede terpengeneratie. En dat geld ook voor Baard. Nu niet meer herkenbaar,maar de naam Baard is in de loop van de eeuwen dan ook veranderd. Heel vroeger was de naam Baewerd (= de terp van Bae). De manier waarop Baard is ontstaan, verschilt ook niet van veel terpdorpen in de omgeving.

De oudste vondst tot op heden is die van een potscherf, die gedateerd wordt rond het begin van de jaartelling. Door de voortdurende verhoging van individuele woonterpen groeiden deze naar elkaar toe en uit tot grote verhogingen. Het verhogen gebeurde met het afsteken van zoden en door mest. Vandaar dat de latere terpaarde ook graag werd gebruikt. De terp van Baard was in verleden veel groter dan wat nu nog zichtbaar is. Vooral aan de westkant is veel afgegraven. Dat is aan het eind van de 19e eeuw gebeurd. Dat stuk was toen kerkgrond van Easterlittens. Echte naspeuringen of opgravingen naar de geschiedenis van de terp van Baard zijn er niet geweest, dus is er niet veel specifieks over de terp van Baard te vertellen. Wel lagen in de buurt nog een paar kleinere terpen. Richting Mantgum lag dichtbij de terp Fâldens en bij de Meamert, richting Winsum, lag er ook nog een terp.

De Middelsee had haar vertakkingen ook richting Baard en er om Baard zijn een aantal die nog aan de watertijd herinneren. Te noemen zijn o.a. de Leonser polder en de Meamerterpolder. De mensen die hier leefden, bestonden van gemengd bedrijf: landbouw en veeteelt. De wijze waarop de boerenbehuizingen werden gebouwd verschilt in de kern niet van de wijze waarop de oude boerderijen van nu gebouw zijn. Na de terpengeneraties werd met het maken van dijken begonnen. Eerst tussen terpen onderling en deze werden later tot grotere gehelen gebracht. De Slachtedyk is daar een voorbeeld van. In he midden van een terpdorp was vaak een ‘dobbe’ waarin de opslag was van zoet water. Toen de dijken er kwamen, was dat niet meer nodig en gaf in een aantal dorpen ruimte om daar de kerk te bouwen. Baard groeide door de eeuwen gestaag en werd eind 12e, begin 13e eeuw belangrijk genoeg om daar een wierstins te bouwen. Een versterkt sten gebouw op een kunstmatige heuvel. Rond diezelfde tijd is ook de kerk gebouwd. Het belang van Baard werd ook groter door het graven van een vaarverbinding tussen Leeuwarden en Bolsward. De vaart is gegraven door oude slenken. Pas omstreeks 1648 is deze vaart van een trekweg voorzien.

Baard was vroeger een der vijf delen van het oude district Frana-eker en werd later het bestuurscentrum van de grietenij Baarderadeel, de vierde grietenij van Westergo. De beide meest opvallende zaken in Baard in de periode tot ca 1500, de Dekemastins en de kerk, worden in twee aparte hoofdstukken beschreven. De rechtspraak werd oorspronkelijk in Baard gedaan. Maar Baard en Leons konden niet goed met elkaar opschieten, waardoor er vaak vechtpartijen ontstonden (ze leefden als katten honden en heeft de bijnaam voor de inwoners van Baard opgeleverd: de Baarder katten. En voor Leons werd (Wyn)hûnen. De rechtspraak is in 140 naar Jorwerd gegaan en nog weer later naar Weidum. Zo is ook het bestuurscentrum in het midden van de 16e eeuw overgegaan naar Jorwerd, later naar Weidum en begin 20e eeuw naar Mantgum.